onder de gewrongen boom
zongerijpte granaten
elk een geelgouden glimlach
met een huis vol pit
in oma’s hof is alles grijpbaar
het verschil tussen rijp en rauw
ligt niet voor de hand
stiekem kruip ik met het heft
achter de drogende was
pak een sappige smaakbom
en snijd de kroon eraf
het rode sap sijpelt
van mijn handpalm
zoekt naar de open wond
uit de snede straalt een ster